Autisme

Wat is het?

Een stoornis in het autistische spectrum (ASS) kent veel verschillende kenmerken die in diverse combinaties en gradaties kunnen voorkomen. Gemiddeld heeft één op de honderd mensen een vorm van autisme. Jongens hebben vaker autisme dan meisjes. Autisme komt ook voor in combinatie met bijvoorbeeld ADHD en tics.

De drie meest voorkomende vormen van autisme zijn: Klassiek Autisme, Asperger en PDD-NOS. Klassiek Autisme is een vorm van ASS met veel kenmerken en PDD-NOS een vorm met minder kenmerken. De Stoornis van Asperger zit daar tussenin. Mensen met deze stoornissen hebben gemeen dat ze contact maken met andere mensen ingewikkeld vinden en praten over gevoelens en het begrijpen van de ander is moeilijk. Vaak hebben mensen met autisme ook heel specifieke interesses.

Kenmerken bij kinderen

Kinderen met ASS kunnen onderling sterk van elkaar verschillen. Elk kind heeft een eigen mix van sterke en zwakke kanten. Onderstaande kenmerken geven een indruk van waarom het gaat.

  • Het moeilijk vinden om uit zichzelf een gesprek te beginnen
  • Weinig praten of juist veel
  • Onhandig en angstig gedrag in sociale situaties
  • Niet altijd begrijpen wat mensen bedoelen en het moeilijk vinden om eigen gedachten en gevoelens onder woorden te brengen
  • Weinig begrip en gebruik van oogcontact, gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding
  • In geval van drukte, bijvoorbeeld in een winkelstraat of op de kermis, opgewonden raken of in de war
  • Veranderingen lastig vinden, bijvoorbeeld als een afspraak niet doorgaat
  • Erg gevoelig zijn voor prikkels zoals bijvoorbeeld geluid, temperatuur of aanraken
  • Opvallend goed tegen kou en warmte kunnen, of juist helemaal niet
  • Graag dezelfde dingen ondernemen, bijvoorbeeld alles verzamelen over games, treinen of televisieseries

Oorzaken

Als er in de familie sprake is van autisme,  is de kans groter dat kinderen ook autisme hebben.  Autisme kan dus erfelijk zijn. Door onderzoek wordt er steeds meer bekend over autisme. Zo weten we nu dat mensen met autisme de wereld op een andere manier in hun hersenen verwerken dan mensen zonder autisme.

Diagnose

Autisme kan alleen worden aangetoond aan de hand van uiterlijke gedragskenmerken. Lichamelijk onderzoek, zoals bloedonderzoek of een hersenscan, levert onvoldoende informatie. Autisme kan zowel bij (jonge) kinderen als bij volwassenen worden gediagnosticeerd. Omdat een stoornis in het autistisch spectrum officieel onder de psychiatrische stoornissen valt, mag de diagnose uitsluitend door een psychiater of geregistreerd GZ-psycholoog worden gesteld. Deze kan bij het diagnostisch onderzoek hulp inroepen van anderen, zoals een logopedist, een pedagoog of een speltherapeut.

Psychiatrische classificatie

Formeel zijn Klassiek Autisme, Asperger en PDD-NOS psychiatrische stoornissen. Die worden vastgesteld op basis van het wereldwijd gebruikte DSM-classificatiesysteem (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) dat wordt uitgebracht door de Amerikaanse vereniging voor Psychiatrie.

In 2013 is een nieuw handboek voor psychiatrie gelanceerd: de DSM-5. In deze gloednieuwe versie worden de huidige diagnoses Klassiek Autisme, Asperger en PDD-NOS, samengevoegd onder de noemer Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Daarbij kan worden aangegeven of het gaat om een milde of ernstige mate van autisme.

In de praktijk worden momenteel beide classificatiesystemen naast elkaar gebruikt.

Diagnose is geen label

Een goede diagnose ASS moet leiden tot adviezen op maat over hoe met de betreffende persoon om te gaan: thuis, op school, op het werk en in de vrije tijd. De hoofdkenmerken van het autisme uiten zich namelijk bij iedereen anders: het verschilt van persoon tot persoon wat lastig is, en waar je juist goed in bent. En dat heeft gevolgen voor de begeleiding of behandeling die daarbij het beste past.

Bron: website De Jutters en Nederlandse Vereniging voor Autisme (2018)